La Tana


Het Rapport ‘Cerca Trova’
mei 29, 2017, 1:58 pm
Filed under: 'nDrangheta, camorra, Italië, Mafia, Nederland, Uncategorized

Een analyse van de Italiaanse maffia in Nederland

Het project Cerca Trova is in augustus 2012 begonnen als samenwerkingsverband van de Nationale Politie, de Belastingdienst, de FIOD, en het Openbaar Ministerie . Het project werd in 2015 inhoudelijk afgesloten en de thans voorliggende rapportage werd vastgesteld in april 2016. Dit rapport is opgesteld door een schrijfgroep bestaande uit medewerkers van het projectteam, onder eindredactie van prof. dr. T. Spapens, hoogleraar criminologie aan Tilburg University.

In dit rapport staan de volgende onderzoeksvragen centraal:
1. Wat is de aard en reikwijdte van de criminele activiteiten van de Italiaanse maffia in Nederland?
2. Welke maatregelen kunnen daartegen worden genomen?

PDF link :: Rapport Cerca Trova

 

Advertenties


LETIZIA BATTAGLIA
mei 20, 2017, 2:34 pm
Filed under: Italië, Mafia

Fotograaf in Palermo, Sicilië

“Ik heb een mist van vernedering zien neerdalen over onze levens.”

“Op 5 maart 1935 werd ik geboren. Mijn vader was zeeman. Tijdens de oorlog woonden we in Palermo en Napels. We waren erg arm. Een buurvrouw in Napels bracht ons op een dag een brood, dat maakte mijn moeder aan het huilen. Als kind had ik het geluk in de meer open cultuur van Triëst te wonen. Daar kon ik me vrij bewegen en fietsen. Terug in Sicilië verbood mijn vader me zulke uitstapjes. Een meisje mocht zich niet vrij bewegen in de burgerlijke, drukkende, erg ouderwetse omgeving waarin ik opgroeide. Maar Palermo was een rustige stad en er was geen mafia toen ik er als tienjarige terugkwam. Het was een stad met een verhaal, een verleden en misschien wat ouderwetse gewoonten. Maar geen mafia.

De mafia bestond op het platteland om de aristocratie van dienst te zijn. De edelen die in vrede wilden leven gebruikten daar de mafiosi voor. De boeren-mafiosi verdedigden hen tegen de arme boeren. Dat was de mafia. Daarna wilden ze meer macht en kwamen naar de stad. Toen was ik al iets groter. Mijn jeugd gaat niet over mafia. Die kwam later.

Met het bloedbad van Viale Lazio in 1969 werd duidelijk dat de mafiosi naar Palermo waren verhuisd om er te gaan bouwen. Het geld daarvoor kwam van de staat, en de mafia haalde dat naar binnen om het nieuwe afschuwelijke Palermo rond het oude centrum te bouwen. In 1970 vluchtte ik met mijn dochters naar Milaan en begon er te werken als journalist voor de Palermitaanse krant L’Ora. Ik was hartstikke arm. Uit geldnood verkocht ik mijn artikelen ook aan andere kranten, maar zonder foto’s werd dat niks, dus kocht ik een heel goedkoop klein cameraatje en begon met fotograferen.

In 1974 haalde L’Ora me naar Palermo, als fotograaf. En meteen begonnen er verschrikkelijke dingen te gebeuren. Moorden, aanslagen, bommen. Grote delicten. Pas in 1976 kreeg ik in de gaten wat er gebeurde en was verbijsterd. Ik wilde dat niet. Ik wilde een reportagefotograaf zijn, maar niet zoveel geweld registreren. De passie, de geobsedeerdheid om overal bij te moeten zijn en een zekere militante inzet kwamen later.

De mafia werd zichtbaar door de moorden in de jaren zeventig. En door de drugs. Alles is ontstaan uit de drugs, want daar hebben ze heel veel geld aan verdiend. Als we de drugs liberaliseren heeft de mafia een inkomstenbron minder. Eind jaren zestig begonnen de jongeren in Palermo drugs te gebruiken. Heroïne. De cocaïne kwam later, al was het er wel voor de elite. Daarna begonnen de bommen. Tegen winkels, en drie keer bij mijn eigen krant L’Ora. En er werd een journalist vermoord. Wat zeg ik?! Twee! Mauro de Mauro, een beroemde journalist en een beetje mysterieus personage, verdween. En correspondent Giovanni Spampinato werd vermoord omdat hij over extreem-rechts en de mafia had geschreven.

We organiseerden exposities van onze eerste foto’s over het geweld en de armoede. Instortende huizen, de eerste drugsdode door overdosis. Zoveel stond in verband met de misère. Op een van de grootste pleinen van Palermo, het Politeama hingen we de foto’s aan grote panelen. En de mensen kwamen. Daarna deden we op een zondagochtend hetzelfde in Corleone met mijn foto’s van Luciano Liggio, destijds een grote boss van de Corleonese mafia. Maar toen de mensen zagen dat we foto’s van mafiosi ophingen liep het plein binnen vijf minuten leeg. Er was feest in het dorp, maar iedereen ging weg en wij bleven daar met onze arme foto’s achter. Haastig, bang, vertrokken wij toen ook.

Ik heb een mist van vernedering zien neerdalen over onze levens. Er is minder direct geweld, zijn minder moorden, maar het mafiageweld is anders en sterker dan voorheen door belangrijke institutionele politieke steun. Het is slechter geworden, want de vernedering is constant. Berlusconi’s feesten zijn zo bezien maar marginale kwesties. Smokkel, drugs, publieke werken, illegalen, de pizzo, het ‘protectiegeld’. Àlles wordt door de hedendaagse mafia bestuurd. De mafia is overal. Cosa Nostra vermoordt nu geen mensen van de instituties meer omdat er een groot akkoord is gesloten tussen de staat en de mafia. Het ‘pact’ waaraan rechter Paolo Borsellino geen deel wilde hebben, en dat hij nooit zou hebben geaccepteerd. Dat is de reden waarom hij is vermoord.

Totò Riina en Bernardo Provenzano werden gearresteerd toen ze niet meer van nut waren, of zelfs lastig voor de mafioos-politieke macht. De mafia van Corleone was heel erg gewelddadig en niet de hele mafia was het daarmee eens, dus zijn ze op een gegeven moment gearresteerd. Die oorlogshitsers van de mafia zitten in de gevangenis. Maar de anderen?

Voor dertig ondernemers die geen pizzo betalen, zijn er duizenden die wel betalen. Dus er is niets veranderd. De regering valt de mafia niet aan, vernietigt haar niet, pakt alleen een deel van de mafia aan. In de Palermitaanse ZEN buurt (Zone Expansie Noord) is de school vernield, want de mafia wil niet dat kinderen leren en kennis opdoen. Kinderen van tien jaar staan er op de uitkijk voor de drugsdealers. Als je in ZEN een kind op een straathoek ziet staan, is het daar neergezet om te waarschuwen wanneer er een politie auto aan komt.

Er is veel armoede. De mafia kan de mensen helpen omdat ze veel winst maakt en in verkiezingstijd deelt de mafia geld en kado’s uit voor een stem op een bepaalde politicus. Er zijn er die uit het niets worden gekozen omdat ze tien kilo pasta uitdeelden, of een nieuwe telefoon gaven. Wij hebben hier al tweehonderd jaar de mafia, de camorra, de ‘ndrangheta en die hebben meer macht dan ooit. Waarom?

Omdat de mafia de stemmen naar de politici brengt. De mensen stemmen op die politici waarop de mafia bouwt, die wetten zullen maken die de mafia goed uitkomen, en die de mafiosi zaken laten doen en beschermen.

We sloten een mooie vriendschap met een wonderbaarlijke politieman, die Boris Giuliano heette. Hij was vice- hoofdcommissaris in Palermo en hoofd van de Squadra Mobile. Hij was de eerste echte politieman die niet als een sbirro, een smeris was. Die niet tegen de burgers was. Hij was geweldig met zigeuners, terwijl de politie over het algemeen verschrikkelijk omgaat met zigeuners. Maar Boris Giuliano werd vermoord. En dat was het het maximum.

Nee, dat was het niet. Het was steeds het maximum. Het was het maximum met Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Iedere keer dat ze iemand vermoordden dachten we: “Dit is het maximum!” Ze hadden Boris vermoord in een kleine bar. Hij was achter de kassa gevallen, op de grond. De politie liet foto’s maken niet toe, en ik kon het ook niet. Het was te sterk. De mafia zou trots zijn geweest op die beelden. Jonge politieagenten schreeuwden en huilden door de straten, ze beukten met hun vuisten tegen de muren. Waren wanhopig nu ze hadden begrepen dat er vreselijke dingen gebeurden.

Verschrikkelijke jaren. Mijn rol als fotograaf was minimaal. Anderen geloofden dat via de politiek veranderingen konden worden verwezenlijkt. We kregen Leoluca Orlando als burgemeester. Die was goed. Elke boom die werd geplant, iedere bloem die werd gezaaid, afval dat werd opgeruimd, het waren allemaal tekenen van de strijd tegen de mafia.

Het waren belangrijke jaren, die misschien nergens toe hebben gediend. De doden hebben nergens toe gediend. De opofferingen van de rechters Falcone en Borsellino, Chinnisi en Terranova, van politicus Pio La Torre en politieman Boris Giuliano. De politieke klasse is die het is. En het Zuiden wordt arm gehouden. Waarom maken de politici geen wetten die de mafia blokkeren? De mafia moet niet bestaan, de camorra moet er niet zijn. Waarom lopen we door een stad waar kleren worden verkocht van Christian Dior, waar rijkdom bestaat voor de burgerij, onder de aanwezigheid van, je niet weet waar, op de hoek van de straat, in een auto, je weet niet wie het zijn, de mafiosi, je weet het niet echt.

==//==

Mijn interview met Letizia Battaglia, gehouden in Palermo, 2010.

Dat was in het kader van een stuk of 25 interviews met diverse Sicilianen tegen de mafia, voor het helaas niet gepubliceerde boek BASTA!