La Tana


Basta… (basta, bastardi!)

Het boek Basta! Sicilianen die niet buigen voor Cosa Nostra waarin 25 Sicilianen met portret en interview verhaal doen van de houdgreep van de mafia op de Siciliaanse samenleving komt niet uit.

Sinds september 2009 heb ik met Raymond Alonso van der Tak aan dit boek gewerkt. Uitgever d’jonge Hond wilde het boek publiceren. Zonder uitgever was ik niet aan dit project begonnen.

De kiem voor dit project met focus op de pizzo, het systeem van afpersingen door de mafia, ligt voor mij in 1997. In de lente van dat jaar kwam ik via het onderzoeksjournalistieke blad I Siciliani uit Catania terecht bij Agata Azzolina. Haar man en zoon waren een half jaar daarvoor in de winkel onder hun huis vermoord. Splatter, à la Tarantino. Bloed overal. Agata kreeg vervolgens geen bescherming. Ook niet van de politie, die bijvoorbeeld op haar melding van gebroken winkelruiten antwoordde: “Maar mevrouwtje, het is vannacht erg koud geweest.” Dat antwoord kon alleen maar betekenen dat de politie samenspande met de mafia en niet deed wat de politie hoort te doen, namelijk in naam der wet de burgers beschermen. Dat komt vaker voor. En niet alleen in la bella Italia. Agata was zo wanhopig dat ze zichzelf twee dagen na het lange interview ophing, in haar huis in Niscemi, een klein dorp in het zuidoosten van het eiland.

In 2007 keerde ik terug naar Niscemi, waar Chiara, de dochter van Agata, twintig jaar ten tijde van het drama in 1997, me in contact bracht met ondernemers in Gela. Die ondernemers werkten samen in een consortium van 8 bedrijven. Ze betaalden per maand 18.000 euro aan pizzo. Tot ze weigerden, begin 2007.

Ze dienden aanklachten in, en pretendeerden zelfs schadevergoeding van de mafiosi. Dat had gevolgen. Ze werden bedreigd. Ook de burgemeester van Gela, Rosario Crocetta werd (en wordt) bedreigd. Om hem te doden werden zelfs killers uit de Baltische staten ingehuurd. Net op tijd werd dat ontdekt en voorkomen. Maar Crocetta staat nog steeds onder bedreiging en gaat al jaren met lijfwachten door het leven.

Hun verhalen zijn exemplarisch, maar niet de enige. Voor het boek interviewde ik onder meer Lirio Abbate, Siciliaans journalist die koppig doorgaat gedetailleerd de banden te beschrijven die er bestaan tussen de mafiosi, en de politiek. Zowel de Siciliaanse als de nationale, en meestal komt hij zonder al te veel moeite uit bij de top van de Italiaanse politiek. Andere personen in het boek zijn Europarlementariër Sonia Alfano, haar vader, een journalist, werd vermoord door de mafia. Of Pino Maniaci, journalist van Telejato in Partinico. Zijn lokale TV journaals worden ook gevolgd in Corleone, door de usual suspects. Ook Pino wordt regelmatig bedreigd.

De personen in het boek, ondernemers, politici, journalisten, fotografe Letizia Battaglia en activisten van Addiopizzo hebben me allemaal uitgebreid hun verhalen verteld en zich laten fotograferen. Het boek zou uitkomen in 2010. De najaarsbrochure van d’jonge Hond kondigde de publicatie aan. Alles leek in orde. Maar toen bleek dat de redacteur van d’jonge Hond helemaal geen redacteur was, maar een ‘boekverkoper’. Erik Jansen werd ontslagen en wij kregen een nieuwe contactpersoon: Willemijn van Herwijnen. Het boek zou door dit gelazer later uitkomen, en een update van de interviews was nodig.

In februari van dit jaar keerde ik terug naar Sicilië, en interviewde opnieuw zoveel mogelijk van de geportretteerde personen. Na terugkeer werkte ik me het schompes, zowel aan de interviews, als aan andere projecten, die ik hier buiten beschouwing laat.

Begin april stuurde ik het laatste hoofdstuk, de inleiding, naar Willemijn van Herwijnen. Daarna bleef het stil. Tot ik na nogal wat onbeantwoorde telefoontjes en mails een telefoontje kreeg om 5 voor 5. “Slecht nieuws,” zei van Herwijnen. “We gaan het niet publiceren.” Ik dacht eerst dat ze een slechte grap met me uithaalde, maar het bleek de keiharde waarheid. Als reden voerde ze op dat met fotograaf van der Tak een akkoord was gesloten over een voorverkoop van 1.500 exemplaren. Van zo’n akkoord wist ik niks. Ik riep meerdere malen: “WAT vertel je me nu!?” En belde na dat gesprekje van 5 minuten waarin een project van 1,5 jaar in rook opging maar eens met de fotograaf. Die ontkende dat een dergelijke harde afspraak bestond.

In de weken die volgden mailde en belde ik veel met de juristen van de NVJ. Ik had immers een enorme berg mails, met de uitgever, waarin de afspraken tot publicatie overduidelijk waren. Maar de NVJ zei vervolgens niks te kunnen doen, want er lag geen ondertekend contract. Lekker dan. Ik had meerdere malen aangedrongen op een contract, maar verder dan een voorstel was het niet gekomen, omdat eerst werd geprobeerd subsidies binnen te halen (weer een paar weken knutselen aan aanvragen etc.) wat andere verdeelsleutels met zich mee zou brengen. De subsidies kwamen niet, en ik was ook bezig met nogal wat andere dingen (o.a. de absurde geschiedenis  van de Nederlandse voortvluchtige Cranendonk-bazookaman die 30 bazookas aan de ‘ndrangheta verkocht, en het mooie documentaire project ‘Surprising Europe‘), en de ondertekening van dat contract ontglipte me. Stom, maar alles leek simpelweg in kannen en kruiken wat Basta! betrof.

Het laatste dat ik probeerde was nog een afspraak met d’jonge Hond. Steven Hond zelf had ik samen met Willemijn van Herwijnen nog gesproken, in Amsterdam, eind februari 2011. In dat gesprek spraken we over de omslag (!) en kleine tekst toevoegingen ter inleiding van de geïnterviewde personen. Peanuts. Het boek zou in mei uitkomen en stond aangekondigd op de site van de uitgever. Maar zelfs die laatste afspraak ging niet door, want eerst bleek Steven Hond zelf niet meer bij d’jonge Hond te werken, en een week later kreeg ik van weer een andere persoon, verbonden aan d’jonge Hond een mail dat ook Willemijn van Herwijnen er niet meer werkte. En dat betekent dat er nu niemand meer is die enige verantwoordelijkheid draagt voor het project Basta!

Anderhalf jaar intensief werk is zo in rook opgegaan. En ik word erg kwaad als mijn tijd wordt gestolen. Veel tijd en veel werk. En niet alleen mijn tijd, maar ook de tijd van de voor het boek geïnterviewde Sicilianen, waarvan zeker de helft regelmatig wordt bedreigd.

Advertenties

4 reacties so far
Plaats een reactie

Wat een rottig verhaal voor je. Italiaanse toestanden. Er bestaan toch nog meer uitgeverijen? En die verhalen kun je in een uiterste geval toch nog op je blog posten? Of een samenvatting aan een weekblad verkopen? Een krant? Aan Italiaanse media?

Reactie door napelszien

Italiaanse vertaling is idd optie, bestaan contacten over, wordt aan gewerkt. Maar het kost even tijd na zo ongelofelijk te zijn belazerd. #zeldzaamkwaad!

Reactie door cecile landman

Hoi Cecile,

Ik had het boek besteld direct nadat ik het artikel in De Pers had gelezen. Ik vond het jammer om te vernemen dat het hele project niet doorging. Ik hoop dat je het alsnog gaat lukken. Heel veel succes (en als het lukt wil ik graag eene xemplaar bestellen).
Groeten,

Job

G

Reactie door Job

Veel dank voor je reactie Job!

Reactie door cecile landman




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: